zondag 14 april 2013

Een dagje Nijmegen

Vorige week op de school van Ids, het Johan van Oldenbarnevelt gymnasium, was er een avond waarbij leerlingen een presentatie gaven over hun ‘arbeidservarend leren’ stage van een week. Iedereen had een poster gemaakt waarop ze met afbeeldingen en korte teksten lieten zien waar ze stage hadden gelopen en wat ze hadden gedaan. Zo waren er posters over Meander Medisch Centrum, European Patent Organisation, het tv-programma Keuringsdienst van Waarde, architectenbureaus, dierenartsenpraktijk, ING. Het was leuk om al die leerlingen, zo verschillend, maar allemaal even enthousiast, te horen vertellen over hun stage. Voor sommigen was de stage precies in lijn met wat ze later willen gaan doen, maar dat was niet noodzakelijk. Ids heeft stage gelopen bij Prorail op de afdeling Spoortechniek. Hij heeft een leuke week gehad met een bezoek aan een simulatorcentrum. Hij heeft daarnaast voorlichting gekregen over technische materialen en enkele overleggen bijgewoond.

Zaterdag was er een volgende stap op weg naar een nieuwe fase. Ik ben samen met Ids naar de open dag van de Radboud Universiteit in Nijmegen geweest. Met de trein naar Nijmegen, pendelbus naar het universiteitscomplex en toen naar het Huygens gebouw, een mooi modern gebouw van de faculteit Wiskunde, Natuurkunde, Sterrenkunde en Informatica. We hebben twee presentaties bijgewoond van hoogleraren en studenten van de Natuur- en Sterrenkunde faculteit en de Wiskunde faculteit. Ik heb het idee dat de presentaties hem hebben bevestigd in wat hij wil gaan studeren, dat is namelijk Sterrenkunde.

Maar behalve in Nijmegen kun je ook nog in Amsterdam, Groningen en Leiden Sterrenkunde studeren. Dat betekent dat Ids het komende jaar nog meer bezoeken zal brengen aan open dagen van universiteiten. Hij zal moeten nadenken over redelijk dichtbij studeren (Amsterdam) en dan nog even thuis blijven wonen of naar één van de andere universiteiten en op kamers gaan. Gelukkig heeft hij nog even de tijd. Nijmegen heeft een goede indruk op ons gemaakt. We gaan zien wat het gaat worden. Het wordt een spannend jaar.

The Passion maar dan anders!

Het hoogtepunt van Pasen was voor mij niet The Passion. Het spreekt mij niet zo aan. Ik heb ook niet gekeken, al had ik best Daniel Boissevain als foute maar o zo leuke man hebben willen zien, maar dat even terzijde. Het hoogtepunt van Pasen was ook niet een oude man van 76 in een witte jurk die vanaf een balkon 200.000 mensen op een plein een gezegend Pasen wenste. Het hoogtepunt voor mij dit Paasweekend was veel meer down-to-earth met The Big Revival, een dansfeest op zaterdagavond met muziek uit de jaren 70, 80 en 90 in Steenwijk. Ik had met een paar vrienden van de middelbare school afgesproken om hier naartoe te gaan. For old times sake, want het was in Steenwijk, mijn geboorteplaats en de plaats waar ik tot mijn 18e gewoond heb. Bovendien vond het feest plaats in de Meenthe, de sporthal annex theater, waar ik vroeger veel tijd doorbracht met mijn basketbalclub en met mijn schoolklas, omdat we hier vaak gymles hadden. Omdat we voorzagen dat er ’s avonds weinig gelegenheid zou zijn om even bij te praten, hadden we afgesproken om eerst samen te gaan eten. Dat werd kaasfondue thuis bij de 80-jarige moeder van één van mijn oud-klasgenoten. Het was ontzettend leuk om samen boodschappen te doen, te koken en lekker te eten en alvast een glaasje witte wijn te drinken. De moeder van mijn klasgenote genoot zichtbaar van de overval op haar keuken en alle gezelligheid aan tafel. Toen de bodem was gelegd, gingen we naar de sporthal, waar we even voor tienen aankwamen. Het feest kon beginnen. De zaal was barstensvol met bijna 2000 mensen. “Er zijn zelfs mensen uit Amersfoort gekomen”, hoorde ik toevallig iemand zeggen. "Ja", wilde ik antwoorden, “en uit Hoogland, Zeist, Assen, Harderwijk en Utrecht”. We dompelden ons in no time onder in de sfeer die onmiddellijk terug deed denken aan de vroegere DOTEAS (Door Ontspanning Tot Een Aangenaam Schoolleven) schoolfeesten. Lekkere dansnummers, waarbij je niet stil kan blijven staan, allemaal vrolijke mensen, luidkeels meezingen. Of even uitpuffen langs de kant met een biertje of frisje en stiekem leuke jongens, die inmiddels mannen zijn geworden, kijken. Af en toe zag ik in een flits een vaag bekend gezicht waarvan ik 30 jaar geleden de naam nog wist. In een afgesloten deel van de foyer van het theater mocht gerookt worden. Daar stond, net als vroeger, het wat ruigere volk bij elkaar. We stonden bijna de hele avond op de dansvloer. Het maakte niet uit wat voor muziek er gedraaid werd. We dansten op de echte discohits, waar we vroeger onze neus voor ophaalden, “The rivers of Babylon” van Boney M, “Ich bin wie du” van Marianne Rosenberg of “YMCA.”; het laatste nummer met bijbehorende moves. Maar ook de wat coolere muziek uit die tijd kwam voorbij, Meatloaf, Status Quo, Simple Minds. Hoewel de voeten steeds meer protesteerden, was er geen grijze haar op mijn hoofd die eraan dacht om eerder weg te gaan. Tegen tweeën werd het laatste nummer gedraaid, het ‘wereldberoemde’ plaatselijke volkslied “Steenwieker toor'n” en toen was het echt afgelopen. Ik heb genoten tot en met en geniet nog steeds een beetje na! Wat een feest, wat een gezelligheid met al die leuke mensen, wat een passie! Volgend jaar weer? Ik zeg: jaaaaaa!

zaterdag 9 maart 2013

Ik mis mijn keukenprins!

Vorig jaar maart hoorde mijn man dat hij zijn baan zou kwijtraken na een reorganisatie. De schok was groot. We hadden niet verwacht dat hij op de lijst stond van medewerkers die weg moesten. Na onze vakantie in Frankrijk, die gelukkig nog niet erg beïnvloed werd door het verlies van zijn baan, hoefde hij niet meer terug naar kantoor. Eigenlijk drong toen wij terug in Nederland waren pas echt tot ons door dat mijn man op straat stond.

Ik werk parttime en van alleen mijn salaris kunnen we niet met ons gezin rondkomen. We hebben een hypotheek. Twee puberzonen. Af en toe maakte ik me daarover wel zorgen, maar ik ben eigenlijk nooit in paniek geweest. Ik had steeds het idee dat het wel goed zou komen. Er was vast wel ergens een baan voor hem of misschien zou hij voor zichzelf kunnen beginnen? Waarop dat vertrouwen gebaseerd was? Geen idee. Want mijn man is ruim boven de 40 (bijna 50 zelfs) en in deze tijd worden vooral mensen ontslagen en nauwelijks aangenomen.

Maar mijn vertrouwen is beloond want vanaf 1 maart heeft mijn man weer een baan. Daar zijn we natuurlijk ontzettend blij mee. Maar heel stiekem had de afgelopen periode ook wel wat kleine voordeeltjes. Ik hoefde niet meer naar de supermarkt, de stofzuiger heb ik in geen maanden aangeraakt, ik kon makkelijk eens wat langer op mijn werk blijven. En het mooiste was dat mijn man ’s avonds altijd kookte en bovendien lekker. Ik ben geen keukenprinses. Ik heb er geen geduld voor. Ik zet het vuur te hoog waardoor de aardappels overkoken en het fornuis een puinhoop wordt, ik loop even weg om mijn mail te checken en ondertussen brandt het vlees aan. En nadat ik gekookt heb, ligt het aanrecht bezaaid met pannen, vies bestek en lege verpakkingen.

Maar nu mijn man weer werkt, ben ik de eerste die thuiskomt. En dat betekent dat ik van maandag tot en met donderdag weer boodschappen ga doen en ga koken. Ik doe het met liefde maar ik weet zeker dat ik af en toe wel wat zal mopperen. Voordeel is dat ik wat vaker kan bepalen wat er op tafel komt. Maar ik weet zeker, dat ik hem heel erg ga missen: mijn enige, echte, eigen keukenprins.

zondag 17 februari 2013

Levensgevaarlijk!

Het is februari. En het wil nog maar geen voorjaar worden. Weer een sneeuwbui, toch weer krabben ’s ochtends. IJzig koud ’s morgens op de fiets met die oostenwind en glad en glibberig op sommige fietspaden. Ik kijk uit naar de lente. En ik niet als enige, want ik hoor het overal om me heen. "Ik ben het zo zat die sneeuw, dat ijs en die kou.”

Maar we moeten nog even door. En alsof het allemaal nog niet erg genoeg is worden sommigen van ons ook nog getroffen door een blaffende hoest, holtes die niet meer hol maar verstopt zijn en koude rillingen. Gelukkig zijn er heel wat huismiddeltjes die we in de strijd tegen de griep en verkoudheid kunnen inzetten. Wij zweren bij een halve ui naast het bed tegen een verstopte neus. Ik kan het iedereen aanraden. En een kopje thee met honing voor het slapen om het hoesten tegen te gaan.

Maar van de week moest ik toch de hulp inroepen van de pharmaceutische industrie. Mijn neus was danig verstopt en een doorgesneden ui naast mijn beeldscherm leek me voor de collega’s niet zo prettig. Dus op naar de plaatselijke drogist voor een flesje neusspray.

Toen ik aan de beurt was, gaf ik de neusspray aan de verkoopster achter de kassa. “Bent u bekend met het gebruik van neusspray?” De vraag: ‘Heeft u airmiles?’ had ik verwacht maar deze niet. Mijn korte aarzeling bemerkend begon ze in Jip en Janneke taal uit te leggen dat je eerst de dop van het flesje moet halen en dan het puntje in je neusgat moet stoppen, maar niet te ver. Vervolgens moet je het ándere neusgat dichtdrukken en dan niet vaker dan één keer per neusgat sprayen om een overdosis tegen te gaan. Opgelucht dat ik voor een ramp was behoed ging ik met deze uiterst nuttige informatie de winkel uit. En ik vond het helemaal niet jammer dat ik daardoor de uitleg miste die de klant, die na mij kwam, kreeg bij het afrekenen van een doosje zetpillen.

donderdag 14 februari 2013

Rederijkerskamer Vita Nova

In 2009, in een periode dat ik een beetje zoekende was, kwam ik in een krantje een aankondiging tegen voor een schrijfcursus. Creatief schrijven heette die cursus. En creatief ben ik wel want noem een cursus en ik heb het gedaan, van kalligrafie, aquarelleren, patchwork, schilderen tot interieurontwerp. Hoewel ik veel cursussen met plezier heb gedaan (boven ons bed hangt nog een goed gelukt schilderij dat ik bij een schildercursus heb gemaakt), zat er geen blijvertje bij. Maar de schrijfcursus was een schot in de roos. Wat was het gezellig en wat leverde het mooie verhalen en gedichten op. Bovendien leerde ik nieuwe en bijzondere mensen kennen.

Na de eerste schrijfcursus volgde een tweede met dit keer alleen vrouwelijke deelnemers. Deze cursus had een thema: de 17e eeuw. Als ik dat van tevoren had geweten, had ik me misschien niet aangemeld. Maar aan het eind van de cursus hadden we met ons vijven bijzondere verhalen geschreven en mooie gedichten gemaakt. Twee van ons, van beroep grafisch vormgever en fotograaf, zorgden ervoor dat onze werkstukken aan het eind van de cursus uitmondden in een prachtige geïllustreerde digitale uitgave.

Aan het eind van de cursus besloten we verder te gaan in een schrijfclub. We vonden allemaal dat we een stok achter de deur nodig hadden. Die stok achter de deur is nu, twee jaar later, een actieve, gezellige schrijfclub onder de naam Rederijkerskamer Vita Nova, die inmiddels uit zeven vrouwen bestaat. We komen elke maand samen bij één van ons thuis, drinken koffie of thee en een wijntje. We hebben een eigen website, bedenken omstebeurt een nieuwe schrijfopdracht en hebben inmiddels heel wat geschreven.

Vorige week kwamen we weer bij elkaar, dit keer niet om elkaars werk te bespreken, maar om met elkaar te overleggen hoe we verder willen als schrijfclub. Aanleiding is dat er zich een nieuwe kandidaat voor onze schrijfclub heeft gemeld, een man dit keer. Verder vinden we dat we een grotere rol moeten inruimen voor het geven van feedback. Maar hoe gaan we dat organiseren?

We zijn er uitgekomen; hebben democratisch besloten dat we, om voldoende tijd te houden voor elkaars verhalen, nog één iemand kunnen toevoegen aan onze schrijfclub. We proberen op tijd ons ‘huiswerk’ te maken zodat iedereen van tevoren elkaars werk kan lezen. Verder willen we elkaar meer en betere feedback gaan geven. Al met al ontwikkelt onze schrijfclub, die tamelijk impulsief van start ging, zich tot een schrijfclub, die er mag zijn, zonder dat we de gezelligheid uit het oog verliezen. En als ik eerlijk ben, had ik van tevoren niet verwacht dat we als schrijfclub zo lang samen zouden blijven laat staan uitbreiden. Ik ben heel blij dat ik ongelijk heb gekregen en kijk alweer uit naar onze volgende schrijfavond. Een beetje spannende avond, want hoe zal dat gaan, één man tussen zeven vrouwen. Misschien loopt hij wel gillend weg? We gaan het zien.

Tot gauw dames…. en heer. woorden

Bevalling via twitter

Mensen die mij kennen weten dat ik redelijk actief ben op de social media. Ik zit op Facebook en heb twee twitteraccounts. Twitter heeft mij al veel mooie dingen opgeleverd, een eigen website, een workshop Wordpress en een heleboel nieuwe contacten met leuke mensen. Via Twitter kom je bijvoorbeeld makkelijk in contact met mensen uit je eigen woonplaats of met mensen met wie je iets gemeenschappelijks hebt, zoals bijvoorbeeld Bruce Springsteen, een voetbalclub, de branche waarin je werkt of tv-programma’s waar je graag naar kijkt.

Twitter is een perfect medium om snel informatie te verspreiden en dingen met elkaar te delen. Zo staat het laatste nieuws altijd het eerste op Twitter. Daarnaast kom je via Twitter makkelijk opmerkelijke meningen, nieuwe ideeën, prachtige foto’s en interessante websites tegen waar je anders niet zo gauw mee in aanraking zou komen.

Ik kijk niet meer zo snel vreemd op van wat mensen melden op Twitter maar gisteren was ik toch verbaasd. Ik las op Twitter berichten van een vrouw die aan het bevallen was. Elke wee, elke schreeuw van pijn, het opmeten van het aantal centimeters ontsluiting, de boosheid op de verloskundige, alles werd via tweets de wereld in gestuurd. Elke 3, 4 minuten een berichtje. Op het hoogtepunt van de bevalling was het even rustig. Rond half 8 gisteravond was het kindje geboren. Vanmorgen zag ik dat de jonge moeder in één uur tijd alweer tientallen berichtjes had verstuurd. Bijzonder om zo vanaf de zijlijn een bevalling te volgen. Zoiets persoonlijks. Ik plaats zelf regelmatig tweets, maar ik zet niet alles wat me bezighoudt op Twitter. Het komt ook wel eens voor dat ik een berichtje typ maar uiteindelijk toch niet plaats. Ik denk dat ik er zorgvuldig mee omga, maar ik besef dat er desondanks mensen zullen zijn die niet begrijpen waarom ik al die dingen op Twitter zet.

Moraal van dit verhaal? Is er eigenlijk niet. De één vindt Twitter niks, de ander vindt het leuk. Ieder maakt zijn eigen keuzes... Gelukkig maar! En ik ben en blijf een groot fan van Twitter.

Zwemwater naast de deur

Wat een luxe om op nog geen 100 meter van je huis een zwembad te hebben. Nee, geen privé-zwembad, maar het dorpszwembad van Hoogland. Sinds januari zwem ik daar één avond in de week. Het zwembad is zo dichtbij dat ik in badpak, op badslippers en met badjas aan ernaar toe zou kunnen lopen. Misschien iets voor de zomer. Ondanks dat het een eenvoudig zwembad is met hier en daar wat gedateerde details, is het behoorlijk druk. Nu ik er een paar weken kom, begin ik een aantal mensen te herkennen. Die ene jongen ken ik van het voetbal. Die mevrouw, die ik altijd op dinsdag zie, werkt in de plaatselijke bouwmarkt. Die man met dat brilletje zwemt altijd vlak langs de rand zonder ook maar voor iemand opzij te gaan. Er is één baan afgeschermd met een koord. Hier kunnen de snelle mannen en vrouwen hun tempobaantjes zwemmen in schoolslag of borstcrawl. De rest van de zwemmers is aangewezen op de rest van het bad. Op zich is dat goed te doen, ware het niet dat er veel vrouwen in groepjes van twee zwemmen en vooral kletsen. Soms zwem ik eromheen, soms moet ik er wel tussendoor. De aanwezige mannen kletsen soms ook, maar die blijven dan meestal langs de kant staan. Dan klopt het dus toch, dat ze geen twee dingen tegelijk kunnen doen. Het is heerlijk om baantjes te zwemmen. Het lijkt misschien saai, maar juist die saaiheid geeft rust. Terwijl je je spieren vermoeit, kun je je gedachten lekker de vrije loop laten. Maar het fijnste moment is tegen het einde van het uur banen zwemmen. Dan komt er wat meer ruimte in het bad. Soms heb je dan bijna een hele baan voor jezelf. Dan ga ik op mijn rug liggen, mijn oren lopen vol, ik hoor geen geklets meer en dan doe ik rugcrawl. Borstcrawl kan ik niet; veel te lastig met dat ademen. Maar als ik rugcrawl doe voel ik me heerlijk. Het lijkt of mijn armen als messen door het water klieven en dat ik een enorm tempo ontwikkel. Dan heb ik soms, heel even, het idee dat ik heel goed kan zwemmen. [caption id="attachment_1073" align="aligncenter" width="300"]Zwembad Hoogland Zwembad Hoogland[/caption]